Niet alle cultuureducatie kun je zelf doen, maar door vakintegratie en met eenvoudige lessen kun je een heel eind komen.
Je kunt in de klas muziek-, dans-, theater- of tekenlessen geven bijvoorbeeld. Natuurlijk is het daarvoor belangrijk dat je hier zelf ook ervaring en affiniteit mee hebt. Waarschijnlijk heb je een deel van deze vakken wel op de pabo gehad, maar niet allemaal.
Cultuureducatie met andere vakken
De meeste leerkrachten vinden cultuureducatie belangrijk, maar ook tijdrovend. En vaak gaan de zaakvakken dan toch voor. Maar cultuureducatie hoef je niet alleen als apart vak te geven, vaak is het ook goed in te passen in andere vakken. Dat noemen we vakintegratie.
Als kinderen bijvoorbeeld een werkstuk voor een ander vak moeten maken, kun je er ook voor kiezen de kinderen eens een tekening, foto's of bouwwerk (erbij) te laten maken. Zo leren de kinderen hun kennis niet alleen in taal, maar ook in beeld uit te drukken. En als je met de kinderen wilt reflecteren op een film of theatervoorstelling die jullie hebben gezien kun je ze een recensie laten schrijven. Dat is meteen een stelopdracht die je dan natuurlijk ook op spelling en taalgebruik controleert.
Ruilen en praten
Dan zijn er veel bijscholingsmogelijkheden, vaak ook op pabo's of bij provinciale steunfuncties voor cultuur. En je kunt met je collega's een roulatiesysteem afspreken. Dan kan de collega die graag dansles geeft dat ook in jouw klas doen en geef jij aan zijn of haar klas bijvoorbeeld tekenles. Ook reflecteren op kunst, media en erfgoed kan je al vrij gemakkelijk zelf doen door met de kinderen in gesprek te gaan over wat ze zien, horen en meemaken.

.detail.jpeg)




