Subsidies en netwerken ondersteunen bij uitstek cultuurcoördinatoren of stimuleren dat scholen en cultuuraanbieders meer gaan samenwerken.
Gemeenten en provincies bieden subsidiemogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe projecten cultuureducatie. De provincie Noord-Holland bijvoorbeeld heeft de flitsregeling, een subsidieregeling voor cultuureducatie waarbij een van de voorwaarden is dat scholen een gecertificeerde cultuurcoördinator hebben. Hiermee garandeert de provincie de kwaliteit van de projecten en stimuleert zij scholen om een cultuurcoördinator op te laten leiden.
Samenwerking bevordert de kwaliteit
Sommige subsidieregelingen stellen als voorwaarde dat scholen en cultuuraanbieders gezamenlijk een aanvraag doen om zo vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Steeds vaker werken cultuuraanbieders bij de ontwikkeling van hun aanbod samen met cultuurcoördinatoren, die helpen met de aansluiting op het lesprogramma van de school en pilots kunnen doen.
Cultuurcoördinatoren kunnen cultuuraanbieders vragen om nieuw aanbod te ontwikkelen passend bij de vraag van de school. Meer informatie over de samenwerking tussen scholen en cultuuraanbieders staat op Cultuurplein.
Netwerken cultuureducatie oprichten
Om te stimuleren dat scholen en aanbieders samenwerken, is een netwerk van scholen en aanbieders onmisbaar. Gemeenten en provincies kunnen die oprichten. Lees de handreiking voor gemeenten over netwerken binnenschoolse cultuureducatie.
Netwerken cultuureducatie hebben verschillende doelen. Het voordeel van zo'n netwerk is dat de cultuurcoördinatoren en aanbieders elkaar snel en gemakkelijk weten te vinden. Zij werken samen aan nieuw aanbod, stemmen vraag en aanbod op elkaar af en evalueren de bestaande activiteiten.
Netwerken van alleen cultuurcoördinatoren bieden de kans om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. De meeste trainers onderhouden zulke netwerken. Netwerken van cultuurcoördinatoren en cultuuraanbieders zijn vooral gericht op de ontwikkeling en de kwaliteit van het cultureel aanbod.






